Van Perzië naar Holland: deel 1

Waar je opgroeit bepaalt voor een groot deel wie je bent. De geluiden van de straat, de geuren uit de keuken en de smaken van de kruiden uit de tuin. Ik ben geboren in Teheran, in Perzië, wat hier in Nederland meestal Iran wordt genoemd. Buiten hoorde je altijd toeterende auto’s en de oproep tot gebed dat vijf keer per dag van de verschillende moskeeën kwam. Binnen rook het altijd naar eten, Basmati rijst, saffraan, dille en fenegriek.

Ik was zeven jaar oud toen we op een novemberdag in 1994 zijn gevlucht. Mijn oudste Nederlandse herinneringen voeren me terug naar Arnhem. Ik herinner me de rivier de Rijn. Dat ik op de Rijnkade stond en uitkeek op de Nelson Mandelabrug. Aan de zijkant van de brug zag ik de mij toen nog onbekende letters:

WIND -- DE VERTE -- INDONESIË -- DE BOTEN -- DE ZEE -- BLAUWE LUCHT

Ik vroeg mij af wat daar stond? Woorden, zo leerde ik later, die naar de geschiedenis van Arnhem verwezen en naar de geografische ligging van de stad.

In deze Gelderse stad vroeg mijn moeder in gebrekkig Engels om asiel. We werden verwezen naar een aanmeldcentrum buiten de stad. Hier werden we dagen achtereen ondervraagd. Bedden waren er niet, net zo min als een kantine of douches. Omdat er geen kantine was, kregen we een bescheiden maaltijd in de vorm van een lunchbox. Ik moet je eerlijk vertellen dat ik geen idee had wat ik van deze maaltijd moest maken: twee sneetjes casino witbrood met twee plakken jong belegen kaas, een appel en een kleine pak melk.

Voor een Nederlander natuurlijk vrij normaal, maar voor mij waren het zaken die ik nooit eerder had gezien of geproefd. Iraniërs hebben niet de gewoonte om melk te drinken, en de melk die er wordt verkocht komt in een glazen fles. Ik kan mij de smaak van de eerste slok uit het kartonnen pak nog heel goed herinneren. Het witte brood en de kaas waren voor mij totaal vreemd.

Ik ben opgegroeid met het Iraanse Barbari en Sangakbrood, dat laatste is een rechthoekige of driehoekige volkoren zuurdesem platbrood. In het Perzisch betekent sangak kleine steen. Het brood wordt namelijk gebakken op een bed van rivierstenen in een oven. Het brood eet je met boter en zoute witte kaas of honing met zure kersenjam. Gele kazen zoals de Gouda of de Edammer kennen we niet. Oh, wat hunkerde ik die eerste periode naar een Iraans ontbijt. Vanuit het aanmeldcentrum werden we na een aantal dagen overgeplaatst naar een Opvangcentrum in Brabant. Een voormalig kamp uit de Tweede Wereldoorlog.

Sangak-Bread-Tehran

Hier kreeg ik voor het eerst Nederlandse les. Omdat het een enorm groot gebied was, werd ik vroeg in de ochtend opgehaald met een busje en dan eerst naar de kantine gebracht waar een ontbijtbuffet klaar stond. Hier leerde ik dat een Nederlands ontbijt meer was dan twee sneetjes wit met kaas. Er was ook bruinbrood, er waren krentenbollen en het beleg was zo gevarieerd dat het me duizelde. Jam, pindakaas, verschillende soorten kaas en vleeswaren. Brood met boter en hagelslag, pindakaas met jam en rookkaas (echt waar, rookkaas) werden mijn nieuwe favorieten. Zo nu en dan verlang ik nog naar Iraans brood. Vooral bij het ontbijt, maar ook bij bepaalde Iraanse gerechten zoals kashk- e Bademjan (auberginedip) en als ik op visite ben bij mijn moeder.

Voeg je koptekst hier toe